Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Bonmama’kes

Als ik langs kom lopen kijken ze me aan. Ja, die heeft wel gekoerst. Kijk maar, ze heeft een rugnummer op. Ze zoeken naar wondjes, schaafplekken, of kapotte kleding. Nee, niet gevallen. Misschien iets met de fiets dan? Lek? Ze lopen de fiets na. Geen lekke banden. Alle spaken zitten er zo op het oog nog in. De derailleur staat nog goed. Het stuur staat recht. Wat zou het dan kunnen zijn? Pas op het allerlaatst zien ze het. Er zit geen ketting op. Het is bijzonder dat het zo lang duurt voordat het gemis van een zo essentieel onderdeel van een fiets wordt opgemerkt. De gebroken ketting zit in mijn achterzakje. Ik lach vriendelijk naar ze.

“Komt ge van ver?” Ik vertel dat ik uit Leiden kom, maar als dat duidelijk geen belletje doet rinkelen vertel ik dat dat in Nederland ligt, op anderhalf uur rijden. “Och, schotke toch!” Ze hebben duidelijk met me te doen. Het is zo aandoenlijk. En het zijn dit soort kleine dingetjes waardoor ik het zo fijn vind om in Vlaanderen te koersen. Niet alleen deze oma’tjes, deze bonmama’kes; het hele dorp heeft zich voor het huis op een tuinstoel gezet om de koers te kijken. De net voor de start uitgeprinte startlijsten bij de hand, om te zien wie er langs komen. Wie zitten er in de ontsnapping en wie moeten er, net als ik, afstappen?

Ik heb wat pech gehad. Na eindelijk weer eens een goede koers in Giessenburg brak ik mijn ketting de dag erna in Obdam, op ruim eenvierde van de wedstrijd. Ik baalde flink, maar ik prijsde me gelukkig dat ik geen valpartij had veroorzaakt voor mezelf of voor mijn pelotongenoten. Mijn ketting was gemaakt en ik wilde sportieve revanche nemen in België. Maar in de derde ronde was het opnieuw raak. Ik zette aan en TAK! Weer mijn ketting gebroken. Ik zat een aardig eindje van de finish-streep, maar gelukkig hadden ze een bezemwagen waarin ik terug werd gebracht. Opnieuw niet gevallen en geen andere rensters neergehaald, maar het baalgevoel was nu nog een stukje groter. Anderhalf uur rijden, veel benzine kwijt, tolgeld betaald en dan na drie rondes uit koers. Maar tijdens mijn wandeling naar de auto kwam ik deze bonmama’kes tegen en al die andere wielerfans die langs de kant van de weg stonden. Ze houden van alles en iedereen wat met de koers te maken heeft. En met hun bemoedigende woordjes en schouderklopjes kwam ik weer een stuk rustiger bij mijn auto aan. Wat is het toch heerlijk hier. Wat is het fijn koersen in Vlaanderen. Ver rijden of niet, een volgende keer ben ik er gewoon weer bij.

Fotografie: Verkade Fotografie

wielertaal kleinDeze blog kan ook gelezen worden op Wielertaal.nl.