Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Cross depucelation

na-de-crossAan het begin van dit jaar, na het WK veldrijden in Koksijde, liet ik al doorschemeren erover na te denken aankomende winter een veldritfiets te lenen om zelf ook eens een poging te wagen. Het is allemaal echter iets sneller gegaan dan gepland, met het overnemen van een veldritfiets van (oud?-) AA-mecanicien H..
Goed, de fiets was aangeschaft. Nu nog een eerste keer crossen. Of veldrijden. Off roaden, zo kun je het ook noemen. Ik was er in elk geval best zenuwachtig voor. Zin hebben om ‘s winters een nieuwe tak van sport uit te proberen is één ding, het daadwerkelijk doen is iets anders. Ik ben vorige winter echter ook gewoon het baanwielrennen erbij gaan doen, iets dat voor sommige mensen zwetende handjes en klotsende oksels oplevert. Dus het moest er maar gauw van komen. Vriendin R. nam me afgelopen weekend mee de Amsterdamse bosjes in. Voor mijn cross depucelation.

“We gaan even hier de trap af, want dan heb je de eerste hindernis gehad”, zegt R.. Twee straten achter haar huis ligt een betonnen trap met brede treden. Ehm, wacht – een betonnen trap?! R. rijdt ‘m af alsof het niks is. Ik rijd er met iets te weinig snelheid op en moet halverwege bijtrappen. Supereng! “Ik vind dit zelf ook altijd nog een beetje eng, daarom begin ik er altijd mee. Dan zit ik er weer een beetje in.” Juist door met een flinke snelheid van de trap af te gaan, de fiets te laten rollen en vooral níet te remmen kom je altijd wel zonder kleerscheuren beneden. Een tweede keer gaat het inderdaad al een stuk beter.
In het Amsterdamse bos zet R. het gas open. Ze schakelt op en dendert er in een moordtempo vandoor. Ik ben juist heel slecht in plotse versnellingen. Dat in combinatie met mijn onbehendigheid op de crossfiets zorgt ervoor dat ik op een flinke afstand achter haar aan rijd. Maar ik vind het wel leuk. Het is heel anders dan op de weg fietsen. Je moet je fiets gewoon maar zijn eigen pad laten zoeken. En als je normaal op de weg denkt ‘nu lig ik!’, is dat bij het veldrijden juist het moment waarop je de kern van de sport te pakken hebt. Even wennen is het dus wel.
We komen uit bij WV Amsterdam, waar de allerlaatste wegwedstrijd wordt gereden. Het crossparcours is helaas nog niet aangelegd, maar op sommige plekjes zie je dat er toch al op het gras is gereden. Samen met een 11-jarig jongetje op de Stevens-fiets van Marianne Vos rijden we een paar rondjes. Althans, ‘samen met’ … Het jongetje rijdt voor ons uit en R. en ik proberen er zo snel mogelijk achteraan te rijden. “Dit is pas mijn tweede keer op de crossfiets!”, zegt hij nog vol trots erbij. R. en ik kijken elkaar hijgend aan en voelen ons ineens heel oud.

Na een uurtje spelen keren we huiswaarts. Nog even langs de Amsterdamse homobosjes, draaiend en kerend om molshopen zoals Lars Boom ooit aan R. heeft geadviseerd, over de grasrand omdat het fietspad bezet is door dagjesmensen, en op de terugweg langs de Appie om tosti-benodigdheden en muffins te kopen. “Want, na de cross mag je een muffin!”, roept R. vrolijk uit. De tosti’s worden niet meer gemaakt, wel wordt er een tweede lading muffins bij de Albert Heijn gehaald. Het aantal calorieën dat ik met mijn eerste crossritje heb verbrand komt ver boven het calorieënaantal van twee muffins uit. Ik ben kapot, maar heb genoten. Mijn telkens stijgende hartslag bij het langsrazende peloton op WV Amsterdam geeft aan dat ik waarschijnlijk altijd een wegmeisje blijf, maar in de winter geniet ik van mijn uitstapjes naar het veld en de baan.

(Weet je niet wat ‘to depucelate’ betekent? Geen nood, dat klopt. Het is een van de woorden die door Dr. Samuel Johnson in zijn ‘Dictionary of the English Language’ werd gezet, maar helaas in onbruik is geraakt – heb ik afgelopen weekend bij QI geleerd. Lees hier de betekenis ervan.)

Foto: Rose Mentink