Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Dave the brave

tom-jenkins-guardian-david-millarNadat ik de eerste paar hoofdstukken van David Millar‘s boek, Racing through the Dark, had gelezen, had ik het idee dat ik eigenlijk helemaal niet zo veel met hem gemeen heb, dat ik me niet met hem kan identificeren. Niet dat dat per se hoeft, maar het contrast tussen zijn grote talent en mijn twee beginnersseizoentjes tot nu toe is groot. Op zijn zeventiende besloot David al prof te worden en het is hem in niet al te lange tijd ook gelukt. Met een rits aan amateurzeges al op zijn palmares. Toen ik verder las, vond ik hem ook eigenlijk helemaal niet zo sympathiek. Wat een ambetant mannetje, dacht ik op een gegeven moment. Hij was zo overtuigd van zichzelf en leefde als een rock-ster, alsof hij alles kon maken en het de normaalste zaak van de wereld is dat een hele ploeg voor je aan het werk is. Gelukkig erkent hij dat veel later in het boek ook zelf, als hij vertelt over zijn huidige vrouw Nicole, die (naar zijn mening ook terecht) zegt: “You were such a dick, David!”. En naarmate het boek vorderde begon ik steeds meer in te zien dat dit in de opbouw van het boek past. Het is de bedoeling dat je hem in het begin een dick vindt, want dat wás hij op dat moment ook. Hij is zich er nu bewust van en weet daarom hoe hij het in zijn tweede carrière in ieder geval níet meer wil doen.

(Als David het op een van zijn trainingskampen even niet meer ziet zitten en hij een pep talk nodig heeft, kom ik er achter dat we misschien toch wel iets gemeen hebben. Zijn trainer zegt hem: “You are so intense […] but you can’t be like that all the time – you’re going to have times like this, when you burn out. You shouldn’t beat yourself up about it – it’s just the way you are. You can’t hit the highs that you do, and be as intense as you are, without having these lows”. Dat herken ik. Het is iets waar ik inmiddels ook achter ben en waarvan ik heb geaccepteerd dat ik zo in elkaar zit. Ik heb hoge pieken en daarom ook diepe dalen. Ik kan euforisch zijn na een leuke gebeurtenis, maar ook ontzettend teneergeslagen als iets niet lukt. Dat is niet altijd makkelijk, maar ik zou de pieken niet willen missen – ook al had ik daardoor de dalen niet meer.)

Een scepticus zal ook na het lezen van dit boek nog steeds sceptisch zijn. Je kunt het namelijk afdoen als erg gemakkelijk om op deze manier je naam te zuiveren en jezelf als een soort ‘messiah’ te bestempelen op dopinggebied. Maar ik wil daar niet aan. Ik denk dat het allemaal klopt, dat het echt gebeurd is zoals hij het heeft opgeschreven. Dat de dopingwereld inderdaad niet zwart-wit is, maar dat er een groot grijs gebied is. Dat je in de jaren ’90 op een gegeven moment soms gewoon geen keuze meer had, of een pad op werd opgestuurd dat je eigenlijk helemaal niet wilde bewandelen. Het is een goede zaak dat de omertà grotendeels verdwenen is en David Millar er nu openlijk over praat – en met hem gelukkig vele anderen. En dat zij een pro-actieve houding tegenover het weren van doping hebben. Daar doet ook een recente bekentenis van Garmin-ploegleider Jonathan Vaughters niet zo veel aan af – vind ik. Maar of het nieuwe boek van Tyler Hamilton, dat gaat uitkomen op de verjaardag van zijn oud-ploegmaat Lance Armstrong, op dezelfde manier wordt ontvangen en ook gaat bijdragen aan de positieve ontwikkelingen valt nog even af te wachten, ben ik bang.

Foto: The Guardian/Tom Jenkins