Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Ik waag me eraan…

Voor het eerst van mijn leven heb ik een programma van RTL7 teruggekeken op RTLGemist.nl. Net als voor het nachtelijke interview van Oprah met Lance ben ik niet opgebleven voor de Nederlandse equivalent; Wilfred Genee met gast Danny Nelissen. Danny heeft onthuld dat hij de anomieme bron was voor het NRC-stuk van Thijs Zonneveld en wilde wel meer uitleg komen geven over zijn dopinggebruik in de jaren ’90. Via de sociale media las ik dat hun optredens goed waren, heldhaftig zelfs. Daarom wilde ik ditmaal het programma zelf terugkijken en er mijn eigen mening over vormen. Maar ik gaf de positieve Twitteraars en Facebookers gelijk. Danny en Thijs zijn helden door hun tv-optreden. Termen die niet bij iedereen even goed vielen. Ik doe een poging mezelf te duiden.

Laat ik allereerst voorop stellen dat ik geen groupie van Thijs-met-zijn-gouden-manen ben. Verre van zelfs. Vind ik Thijs een arrogant mannetje? Ja. Denk ik dat hij profiteert van alle dopingonthullingen voor zijn carrière als journalist? Ja. Wil dat zeggen dat ik het daarom niet eens ben met wat hij vertelt? Nee. Bij de nabeschouwing van het interview was híj degene die de uitspattingen van Gert Jakobs en de sensatiezoekende opmerkingen van Wilfred Genee nuanceerde. Want de wereld is niet zwart-wit. Oók de dopingwereld niet. Hoe graag sommige mensen dat volgens mij willen geloven.

danny-nelisenDat Danny, en vele andere dopingzondaars met hem, in een slachtofferrol kruipen is ook helemaal niet gek. Het klopt voor de meeste renners waarschijnlijk gewoon. Vergelijk het met een bedrijfscultuur waarin het heel normaal is om na de officiële werktijd gewoon nog twee uur door te gaan. Als iedereen dat doet moet je wel verdomde sterk zijn om in je eentje te zeggen, na je acht uurtjes gewerkt te hebben, ‘ik ga er vandoor’. Zeker als je weet dat je eigenlijk geen kwalificaties hebt om ergens anders aan de bak te komen. En of die cultuur dan is ontstaan door één iemand die graag langer doorwerkt en dat de rest stiekem ook na een gewone werkdag naar huis wil, of dat bijna alle werknemers zonder problemen overwerken, dat maakt dan niet uit. Ik zie daarin geen verschil met de wielrencultuur. Het enige is dat het eindresultaat, de koers, bij wielrennen op televisie wordt uitgezonden en er dus meer publieke controle is over het eindproduct. Een bedrijf dat haar werknemers structureel laat overwerken doet ook aan oneerlijke concurrentie. Maar op een of andere manier worden die werknemers niet ineens als criminelen bestempeld.

Dat sommige (de meeste) renners eind vorige eeuw doping hebben gebruikt is niet goed te praten. Laat dat duidelijk zijn. Het is niet eerlijk voor de renners die heel erg hard hebben gevochten om aan de top te komen. De renners die besloten hebben níet te dopen in plaats van mee te gaan in die cultuur zijn misschien wel de echte helden, kan worden geopperd. Maar ik zie niet zo’n groot verschil met een jonge werknemer die hielenlikt bij zijn baas (of een jonge werkneemster die nog wat verder gaat?) en daarmee ook op een oneerlijke manier verder komt in zijn of haar carrière. Zoiets gebeurt helaas vaak en that’s ook een beetje life. Net zoals het menselijk is dat renners die een individuele beslissing moeten nemen over of ze gaan dopen of niet – met alle eventuele gevolgen van dien – zwichten onder druk. Moeten we ze daarom kanker toewensen, voor het laagste van het laagste uit de maatschappij uitmaken en publiekelijk lynchen?
In de jaren ’90 was er een dieptepunt in het dopingklimaat, waar ruim driekwart van het peloton aan ten onder ging. Dopinggebruikers moeten eigenlijk gestraft worden, maar wat is momenteel belangrijker? Dat we uit het milieu van die tijd komen of dat een ieder van ons persoonlijke tevredenheid haalt uit het straffen van elke individuele doper?

Waarom Danny dan precies een held is? Zoals ook Thijs al aangaf in de nabespreking; hij heeft er geen enkel belang bij om uit de school te klappen. De oud-Raborenners en -begeleiding waren duidelijk niet van plan te gaan praten. Dus had Danny zijn mond gehouden, dan had hij het geheim meegenomen naar zijn graf. Maar Danny kijkt verder. Naar de sport als geheel, naar de renners van de huidige generatie. Hij wil niet dat zij ook in een wereld moeten sporten waarin je onder druk wordt gezet om te presteren, koste wat kost. Dat je in een situatie komt waarbij er geen eenvoudige uitweg is. Zou het ook eigenlijk niet heel verfrissend zijn als we over een tiental jaren net zo kunnen grappen over de dopingpraktijken van vroeger, zoals Gert’s anekdote over de recordhoudende waardes in zijn urine?

En Thijs? Die is een held omdat hij een keer in een televisieprogramma heeft gezeten zonder alles in het teken te stellen van zichzelf. En zonder over die berg te praten.

(Het interview terugzien kan hier.)

Foto: NRC Sport

67833_wielertaals1Deze blog kan ook gelezen worden op Wielertaal.nl.