Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

‘Mannenpraat’ van stadsdichter Harry Zevenbergen

strijdAfgelopen woensdag vond de boekpresentatie plaats van Strijd in het Vrouwenpeloton, het boek van Jan Willem en mij. Ik zal niemand vermoeien met een eigen impressie van de dag, aangezien er diverse filmpjes zijn gemaakt en Jan Willem en ik onze verhalen over het boek al bij diverse radiostations hebben mogen vertellen. Voor een overzicht ervan verwijs ik iedereen graag naar de pagina die over het boek gaat. Wat ik hier wel graag wil delen is de introductie die de Haagse stadsdichter Harry Zevenbergen gaf voorafgaande aan de presentatie. Een heerlijk relaas, wat toch zeker een plekje op mijn site verdient. Enigszins aangepast om de leesbaarheid ervan te vergroten (je bent tekstschrijver of je bent het niet!), maar op deze manier kan iedereen die niet aanwezig was toch genieten van deze mooie column.

Vrouwenwielrennen. Niet gewoon wielrennen. Nee, vróuwenwielrennen. En dat wordt met een zeker dedain uitgesproken. Ook hoor je mannen soms zeggen: ‘Die vrouwen zitten op een vergelijkbare fiets, hebben wielerkleding aan en scheren hun benen – maar welke vrouw doet dat niet? -, maar daar houdt iedere vergelijking op. We laten ze zelfs op de weg rijden.´ Ja, het moest er nog bij komen dat de vrouwen hun wedstrijden moeten rijden op het fietspad, dat ze bij kruisingen moeten wachten tot het licht op groen springt, dat ze verkeer van rechts voorrang moeten geven en dat er een kinderzitje voorop zit, zodat ze tijdens de wedstrijd hun kind van school kunnen halen. Dat moest er nog eens bijkomen, ja! Duidelijk is wel dat vrouwenwielrennen vaak niet serieus wordt genomen.

Heb je wel eens van mannenbreien gehoord? Je weet wel, zo´n trui waar na één keer de gaten in vallen en de losse draden ervoor zorgen dat als je ergens achter blijft hangen je binnen de kortste keren in je hemd staat. Of heb je wel eens mannenpraat gehoord? Wekelijks hoor ik het, wanneer ik op zaterdag voetbal bij de veteranen van vvKSD/Marine. Dat staat overigens voor Koninklijke Stallen Dienst Marine combinatie. De paardenjongens van de koning ‘doen’ het sinds een fusie met de matrozen van de koning. Een vreemde combinatie als je er zo over denkt. Want het zijn zeker geen zeepaarden die ieder jaar in september de Koets trekken. Maar met een waterrat als Willem A. weet je het natuurlijk nooit. Een troonrede midden in het IJsselmeer, het heeft wel iets, nu ik er zo over nadenk. Ik zal ´noem me maar Willem´ toch eens bellen. Ik ben ten slotte een verre nazaat van Prins Hendrik, omdat die mijn overgrootmoeder zwanger maakte in 1905.

Maar, voor ik afdwaal: mannenpraat bij het voetbal. Net als bij wielrennen is er bij voetbal ook sprake van vrouwenvoetbal. In de VS, waar voetbal een sport is voor wijven en watjes en een echte kerel er bij American Football op los beukt in een soort ruimtepak, wordt over mannenvoetbal gesproken met minachting. Mannenpraat dus. Drie weken geleden speelden we in Koudekerk, ergens in het Groene Hart. Nadat ik het openingsdoelpunt had gescoord, moest ik met een blessure de wedstrijd staken en plaatsnemen op de bank. Om verschillende redenen is dat niet mijn favoriete plaats. Ik wil altijd spelen. En daarbij is de humor op zo´n bank vergelijkbaar met Geer en Goor. Wanneer deze twee grapjassen op tv zijn en mijn zoon zit te kijken, dan kan ik hem op dat moment na 5 minuten (wanneer ik bijna bezweken ben onder het spervuur van onderbroekenlol) naar de keuken sturen voor de afwas. Ik zap dan naar Tegenlicht voor een gezellige documentaire over de crisis. Maar op de reservebank is er geen ontkomen aan. Daar zat ik dan met acht Geer en Goor imitaties op een rijtje en geloof het of niet – de imitaties zijn zelfs in dit geval erger dan het origineel. En wanneer het vrouwenteam langsliep achter de dug out, dan draaiden de nekjes en waren de grappen niet van de lucht. Ik zal ze hier niet herhalen, ik neem aan dat iedereen er zich wel een voorstelling van kan maken. Het ging in ieder geval niet over de voetbalkwaliteiten van de dames. Want zelfs een veteranenteam gelooft dat ze het van ieder vrouwenteam kunnen winnen. Door de ervaring, de natuurlijk aangeboren techniek en de lichaamsbouw. Wie bij onze wedstrijden komt kijken zal echter niet gelijk de superieure techniek en de ervaring ervan af zien – en de lichaamsbouw van de meeste veteranen komt vooral van pas bij mannen-súmoworstelen.

Bij wielrennen denk ik aan vrouwen. Mannenwielrennen; wat stelt dat nou voor in Nederland? Er worden miljoenen ingepompt en dan wint er af een toe een man een etappe in de Ronde van Peking of een zesde plaats in de Tour de France. Wielrennen, dat zijn de vrouwen. Neem alleen al alle overwinningen van Marianne Vos en Ellen van Dijk. Weet je hoe lang alle Nederlandse mannenprofs daar samen over doen wanneer ze op de huidige voet doorgaan? Ik heb dat even uitgerekend. Wanneer we alleen de overwinningen in de topwedstrijden tellen en de Ronde van Rhenen of de Ster van Koudekerk buiten beschouwing laten en ervan uitgaan dat Marianne Vos de komende 100 jaar geen wedstrijden meer wint, dan evenaren de mannen met zijn allen pas in het jaar 2487 de resultaten van deze twee vrouwen. Ik stel dan ook dat we vanaf nu spreken over ‘wielrennen’ en ‘mánnenwielrennen’. Verder moeten alle belangrijke wedstrijden voor vrouwen én de Ronde van Rhenen live worden uitgezonden, moet de Tour de France voor vrouwen weer gereden worden en moet de Avondetappe gepresenteerd worden door een vrouwelijke Mart Smeets, bij wijze van spreken dan. Er is natuurlijk maar één Mart Smeets, maar dat zijn er ondertussen wel veel te veel..”

Foto’s: Den Haag Direct.nl en Aschwin Kruders/Fieke van den Esschert

wielertaal kleinDeze blog kan ook gelezen worden op Wielertaal.nl.