Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Mezelf een gebroken nagel gefietst

meer-hoogstratenO jee! Mijn nagel is gebroken tijdens het schakelen!

Dat is inderdaad het eerste wat ik gisteren zei tegen chauffeur- en soigneur-for-a-day D., nadat ik mijn adem had terugvonden na de koers. Het was niks esthetisch, ik voelde het simpelweg toen ik met mijn hand langs mijn wielerpakje wreef. Ik merkte al tijdens de koers dat ik mijn remgreep ‘n keer een beetje vervelend vastpakte toen ik op wilde schakelen. Blijkbaar had dat een gebroken nagel aan mijn middelvinger tot gevolg. Maar dat maakte me verder niet uit. Ik had mijn laatste officiële koers van het seizoen prima gereden.

Waar ik mijn seizoen was begonnen in Wallonië, sloot ik deze af in Vlaanderen. Bij een omloopje in Meer-Hoogstraten van zo’n 90 kilometer. Het parcours lag er netjes bij, zonder al te veel passages met van die gemene Belgische platen, en met goed te nemen bochten. Er was één versmalling op het parcours, maar aangezien we de ronde 17 keer moesten nemen zou iedereen na de eerste keer wel weten hoe daar gestuurd moest worden. Van een paar ploegen stonden flink wat dames aan de start dus het leek erop dat als een kopgroep zou onstaan met een renster van elk van deze ploegen, het vervolgens een vrij rustige koers kon worden.
Maar al meteen vanaf de start reden twee rensters weg, van de kleinere ploegen. In tegenstelling tot wat ik dacht gebeurde er niks. De eerste paar rondes wandelden we het parcours af. De wedstrijdjury was hier niet blij mee en of het door een seintje van hen kwam of omdat de ploeg het heft in eigen hand nam weet ik niet. Maar er kwam schot in de zaak. Alle dames van het Keukens Redant cycling team zetten zich op kop om het gat te dichten: binnen één ronde van 5 km werd een minuut teruggereden. Ik was aan het sterven in het allerlaatste wiel. Maar ik wist dat het stil zou vallen als de koploopsters waren teruggepakt. En dat gebeurde gelukkig – volledig. Ik was blijkbaar niet de enige die was gestorven in de rondes ervoor. De pauze werd gebruikt om snel wat te drinken, een gelletje naar binnen te werken en om weer even op adem te komen, want het zou niet lang duren. Iedereen die nog iets over had, zou zo snel mogelijk een nieuwe poging doen om weg te rijden. Van het peloton bleek C. de meest frisse te zijn, een paar keer probeerde ze in de rondes erna weg te springen. Telkens zonder succes. Het tempo in het peloton bleef zo ontzettend hoog. Ik was zo verschrikkelijk aan het afzien. Maar het was m’n laatste koers, de laatste keer pijn lijden dit seizoen.

meer-hoogstraten2Na ruim tien rondes was het nog steeds een spervuur van aanvallen. Het tempo lag hoog, maar ik had mijn ritme gevonden. Ik zat ongeveer op tweederde van het peloton, toen een renster naast mij een stoeprandje aantikte en viel. Exact op dat stuk met die versmalling. Deze renster was mij in de rondes ervoor al een paar keer rechts gepasseerd, juist bij deze versmalling. In een gaatje waar eigenlijk net niet genoeg plek was. Dus het verbaasde me niks dat zij het was die nu de val veroorzaakte. Ik moest uitwijken om niet over haar hoofd heen te rijden, maar ik kwam er zonder tempoverlies doorheen. Achter me klonk een panisch geschreeuw, alsof iemand al haar botten bij deze val had gebroken. Dat zal niet het geval zijn geweest, maar ‘t was een vervelend geluid. Niet omkijken, maar doorrijden! Vergeten en doorgaan!
Uiteraard werd van deze valpartij geprofiteerd om nog even het gas erop te doen in de hoop zo wat concurrentes eraf te rijden. Ik bleef er gelukkig bij – al een overwinning op zich, voor mij. Maar een halve ronde later was er weer een valpartij. Dit keer niet meer naast me, maar direct voor me. Gelukkig vielen de meiden net zodanig dat ik met een voetje aan de grond kon blijven staan. Maar ik stond nu wel volledig stil. Ik probeerde meteen weer op tempo te komen. Een renster van Lotto-Belisol moedigde me aan in haar wiel mee terug te rijden, maar ze ging simpelweg te hard voor me. Een tiental andere rensters passeerden me ook. O jee, einde verhaal, dacht ik. Maar uiteindelijk kwam ik in een groepje met vier internationale rensters en een renster van Dura Vermeer terecht. De internationale rensters hadden nog genoeg over en de Dura Vermeer-renster wilde zo hard mogelijk blijven rijden in de hoop te mogen uitrijden. Of dacht ze wellicht stiekem nog terug te kunnen keren in het peloton? Dat was echt ijdele hoop, maar het tempo lag ook in deze groep in elk geval nog erg hoog. De rondes met deze meiden waren nóg meer afzien. Pijn lijden is tijdelijk, opgeven voor altijd, moest ik mezelf voorhouden. Elk moment dacht ik dat mijn benen zouden exploderen. Maar ik heb op mijn tanden gebeten en heb doorgezet.

Op nog drie rondes te gaan kreeg onze groep te horen dat onze laatste ronde zou ingaan. We zaten in één klap in de finale. Geen van de dames kon nog wegrijden, ondanks de vele pogingen die werden gedaan. Ik heb nog geprobeerd mee te sprinten op het eind, maar meer dan een laatste plek in dit groepje zat er echt niet in. Toch ben ik bijzonder tevreden. En trots. Ik heb gekoerst, maar dan ook écht. Langzaam begin ik een echte coureur te worden. Eentje met een gebroken nagel dan, dat wel.

Foto’s: Wim Hoste