Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Opnieuw mijn hartekreet

Ik ben vandaag voor het allereerst weggegaan bij een koers voordat ik er gestart ben. Een kwartiertje nadat ik mijn startnummer had opgehaald heb ik ‘m weer ingeleverd, heb ik de licentie in mijn portemonnee gestopt en ben ik naar huis gegaan. Reden: het startveld. De Ronde van Heusdenhout stond vandaag in mijn agenda. Al twee jaar een wedstrijd voor alleen elite zonder contract. Met nog enkele profvrouwen die op de startlijst van Hoogkarspel stonden ging ik ervan uit dat dat dit jaar nog steeds zo was. Maar bij het inschrijven zag ik een verzorgster van de Australische ploeg bijna een tiental rugnummers voor haar rensters halen, ik had al een Orica-AIS-dame zich zien omkleden en ook Jeanne Korevaar van Rabo/Liv en Nettie Edmondson, Wereldkampioene op de baan, kwamen nog aanlopen. Ik had juist even een goed koersje nodig, waarin ik lekker kon meerijden of zelfs wel van voren kon koersen, omdat een slecht criterium en slechte tijdrit mijn zelfvertrouwen een kleine deuk hadden laten oplopen. En ik wilde gewoon léuk koersen. Op een fijne manier mijn hobby uitoefenen. Maar met een lichaam dat terugkomt van ziekte wist ik dat ik met dit startveld niks zou gaan neerzetten. Ik zou zeker niet laatste geworden zijn en had met het beperkte aantal starters misschien zelfs nog wel een leuke uitslag neer kunnen zetten. Maar ik was het zat. Helemaal zat.

Toen ik bij de inschrijving vroeg of deze koers niet alleen voor elite zonder contract was, zei de mevrouw van de KNWU direct “daarvoor moet je bij de organisatie zijn”. Maar dat is een slap antwoord. De organisatie is er namelijk alleen maar op gebrand om zoveel mogelijk rensters aan de start te hebben. En als daar dan nog profs tussen zitten, vinden ze dat natuurlijk extra leuk. “Leuk voor het publiek”, hoor je dan vaak. Maar in Heusdenhout bestond het publiek uit een handjevol buurtbewoners. Je gaat mij niet vertellen dat zij allemaal het verschil weten tussen een Wiggle-Honda-truitje en dat van Jan van Arckel of RWC Ahoy. Daarnaast zullen organisatoren van de mannenkoersen het ook enorm leuk vinden om een Wilco Kelderman of Niki Terpstra aan de start te hebben staan. Maar de regels laten nu eenmaal niet toe dat dat mag. Die regels kunnen er toch ook voor vrouwen komen?

“Schrijf maar een brief naar de KNWU”, opperde de KNWU-mevrouw. Dat heb ik al meermalen gedaan. Ook met suggesties om de wedstrijduitslag zo eerlijk mogelijk te maken voor gedubbelde rensters. Daarnaast heb ik samen met vier pelotongenootjes twee jaar geleden nog een hele avond bij de KNWU gezeten om diverse kwesties te bespreken. Waarbij een werkbare uitwerking van een vaker onderscheid tussen elite zonder en met contract een van de belangrijkste speerpunten was. Buiten een bericht dat onze punten besproken zouden worden in het congres (oid) hebben we nooit enige feedback ontvangen. En in een column die in het KNWU-boekje ‘Wielersport’ is gepubliceerd (die ik onder deze blog opnieuw heb geplaatst) – en waar ik enorm veel bijval voor kreeg – heb ik de kwestie ook uitgebreid behandeld. Dus een brief schrijven naar de KNWU, daar heb ik niet veel vertrouwen meer in – maar ik zal ze deze blog toesturen.

Beloftevrouwen en masters wel
Sinds dit jaar is er voor het eerst een officieel Nederlands Kampioenschap voor masters (30+, maar alleen als je een amateurlicentie hebt) en een voor beloftevrouwen georganiseerd. Beloftevrouwen hebben het namelijk zo zwaar tussen de profs, is de beredenering. En op deze manier kunnen de jongere meiden, tussen 18 en 23, ook een trui op hun niveau halen. En op zich is dat ook heel aardig. Maar in Nederland hebben we een lichting beloftevrouwen die al toen ze junior waren met de elitedames meekonden – of er zelfs van wonnen. En was het podium bij het NK Beloftevrouwen ook niet volledig gevuld met profdames?

Dat die jonge meiden het zwaar hebben als ze direct bij de profs gaan rijden begrijp ik, maar houdt niemand er dan rekening mee dat hobbyrensters het ook zwaar hebben als zij met profs rijden?! En hobbyrensters zullen (in elk geval de meesten) nooit zover komen dat ze wel tussen de profs meekomen, terwijl veel beloftevrouwen (zeker die voor de NK-trui in aanmerking komen) dat uiteindelijk wel zullen doen. Of dus al doen. (Daarnaast: wie zegt dat ze niet op hun 18e nog één of twee jaar als belofte/elite zonder contract kunnen rijden? Niemand verplícht ze om prof te worden.) Hoewel het een goede geste is zie ik er veel meer logica in om de scheidslijn te leggen tussen profs en niet-profs. Omdat profs de middelen, tijd, (ook het talent) en de support hebben om heel hard te fietsen. Eliterensters zonder contract zijn hobbyrensters en hebben in veel gevallen de ambitie en mogelijkheden ook niet om ooit prof te worden. Wij willen koersen als sport, als hobby. Profdames koersen omdat het hun carrière, hun baan is. Die scheiding is wat mij betreft veel substantiëler dan die tussen beloftevrouwen en profs/elite boven de 23.

“Prof of niet”?
Er schijnen ambitieuze UCI-plannen te zijn voor een WorldTour voor vrouwen. Daarin zouden dan de 10 hoogst geplaatste UCI-teams er deel van gaan uitmaken. Als dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd, kan er dan op zijn minst niet worden afgesproken dat dames van dié teams niet meer in de criteriums mogen starten? Of als er twee of meer criteriums op één dag zijn, zoals vandaag in Heusdenhout en Hoogkarspel, dan kan het toch best een regel zijn dat alle profrensters bij één van de koersen mogen starten en dat de rest voor elite zonder contract wordt gehouden? De profcriteriums blijven sowieso altijd open voor profdames. Daar krijgen ze zelfs al in veel gevallen startgeld om er te mogen rijden, waarbij wij clubdames er achteraan mogen hobbelen en vrijwel geen premiegeld pakken en al helemaal geen kans maken op het podium. Laat die andere criteriums dan voor de clubdames. En aangezien de KNWU altijd reclame maakt met haar slogan “Prof of niet, we delen dezelfde passie”, zou ik graag zien dat ze meer actie ondernemen om de sport ook voor niet-profs leuk te maken en houden.

Amateur
“Moet je dan niet amateur worden?”, is mij al vaker geopperd. En gelukkig zijn er ook steeds meer amateurkoersen als instapniveau voor vrouwenkoersen. Maar nee, ik wil geen amateur worden. Want hoewel dat wellicht de vorige seizoenen nog wat twijfelachtig was heb ik dit seizoen zeker gewoon het eliteniveau te pakken. Ik rijd beter dan ooit tevoren. Ik heb een koers gewonnen tussen alleen maar mannen. Ik héb het eliteniveau. Waarom zou ik dan een niveau omlaag moeten terwijl ik dit niveau gewoon aankan? Waardoor ik niet meer naar België zou kunnen, waar de parcoursen sowieso vaak wat vergevingsgezinder zijn, ook als er wel veel profs aan de start staan. En waar het ook gewoon heel leuk koersen is. En hoewel er door de wilde bond steeds meer aparte amateurwedstrijden worden georganiseerd rijd je bij de KNWU altijd alsnog in elitekoersen of samen met meiden van 14 t/m 18 jaar. En nogmaals: ik heb het eliteniveau. Maar niet het profniveau. Wielrennen als hobby of als carrière. Er zit echt een verschil tussen. Pakt de KNWU dit gegeven eindelijk op?

Foto: Julien Perreman van Oiljst

Column ‘Hartekreet’, juli 2013 gepubliceerd in het KNWU-blad ‘Wielersport’:

Mijn column voor de nummer vier van Wielersport lag al heel lang klaar. Gedurende het seizoen werd het me steeds duidelijker dat ik de lastigheid van gecombineerde wedstrijden voor elite mét en zónder contract wilde benoemen. Het is zo namelijk niet leuk meer. Op de papieren versie heb ik al veel leuke en steunende reacties gekregen. Nu is mijn column ook online te lezen, hopelijk met nog meer reacties tot gevolg. Op 9 oktober ga ik samen met vier pelotongenoten naar de KNWU, om – onder andere – hierover te praten. Graag hoor ik of er vanuit het damespeloton nog meer zaken zijn die we met de KNWU zouden kunnen bespreken. Ik kan uiteraard niks beloven, maar een persoonlijke dialoog met de KNWU is al een mooie ontwikkeling!

Ik heb het al eens eerder gezegd; ik ben geen sublieme renster. Mijn doel voor dit seizoen, een klassieker uitrijden, heb ik niet gehaald. En ik heb me niet geplaatst voor het NK. Op zich niet erg. Na mijn eerste seizoen, waarbij ik net een klein jaar op de racefiets zat en waarin ik lukraak overal ben gestart, ben ik vorig jaar pas voor het eerst echt gaan werken aan een (lange termijn) stappenplan naar het eliteniveau. Ik zit nu in mijn tweede seizoen met een serieuze opbouw.

Maar ik ben wel sterker geworden. Ik heb meer spieren, ik kan beter pelotonrijden en in tijdritten haal ik structureel PR’s. Ik ben dus wel degelijk vooruit gegaan. Waarom merk ik dat dan niet? En haal ik nog steeds meer DNF’jes dan me lief is? Het antwoord is volgens mij simpel. Terwijl ik in twee, drie jaar tijd misschien 10% vooruit ben gegaan, is het vrouwenpeloton dat als geheel zo’n 15%. Het damespeloton professionaliseert en de rensters drijven het niveau van zichzelf en elkaar in een moordend tempo omhoog.

Daarom een welgemeende hartekreet aan de KNWU en wedstrijdorganisaties. Een hartekreet waarvan ik weet dat die ook bij veel van mijn pelotongenoten leeft. Organiseer alstublieft meer wedstrijden voor alleen dames zonder contract! En maak hierop dan ook geen uitzonderingen, zoals ik in de afgelopen seizoenen al meermalen heb meegemaakt. Dat je van tevoren denkt eindelijk een keer met meiden van je eigen niveau te starten, om er op de dag zelf achter te komen dat er toch profdames worden toegelaten. Nederlandse en buitenlandse profdames. Die laatste groep met het argument ‘omdat die zich niet via de website kunnen aanmelden, daarom móeten we ze laten starten’. Ik begrijp het nog steeds niet.

De scheiding tussen elite zonder en met contract hoeft niet permanent gemaakt te worden. Nog niet, hoewel ik denk dat die periode ook in het verschiet ligt. En toegegegeven, het is af en toe ook best leuk om met de allerbeste dames van Nederland – de wereld! – aan de start te verschijnen. Maar hun niveau is inmiddels zó hoog. Het verschil zó groot. Het is voor ons dames die fulltime werken of studeren en hun fietshobby daarnaast moeten uitoefenen haast niet meer te doen. Gun ons daarom alstublieft wat vaker een wedstrijd waarin we leuk mee kunnen doen. Waarin een renster zonder contract zou kunnen winnen. Waarin dames van mijn niveau een keer echt mée kunnen koersen, in plaats van er met de tong op het stuur achteraan te hobbelen. U zou er mij en veel van mijn pelotongenoten zonder contract zeer blij mee maken!