Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Jeanine Laudy

Artikel voor Notariaat Magazine

Dubbele topsport

Wie zich waarnemingsbevoegd kandidaat-notaris mag noemen heeft al een lange loopbaan afgelegd: een specialistische rechtenstudie, een beroepsopleiding en minstens drie jaar werkervaring als kandidaat-notaris. Sommigen willen zo snel mogelijk de weg naar het notarisschap afwerken, anderen vinden het prima om jaren als waarnemingsbevoegd kandidaat-notaris te werken. En voor degenen die nog niet zeker weten hoe ze hun loopbaan moeten of willen indelen is er een notariscoach, die hen bijstaat bij deze keuzes. Ook (kandidaat-)notarissen die wat coaching nodig hebben bij hun reeds uitgestippelde carrière kunnen er terecht. Want ‘het notarisambt is te vergelijken met topsport’, meent Peter Bouw van Notariscoach.nl. Maar sommige kandidaat-notarissen doen aan dubbele topsport. Niet alleen beoefenen zij de topsport van het kandidaat-notarisschap, in hun vrije uurtjes zijn ze te vinden op het sportveld of op de weg. Een portret van twee kandidaat-notarissen die hun veeleisende carrière op kantoor combineren met topsport in hun vrije tijd.

Oswald Mattheussens is kandidaat-notaris bij TeekensKarstens advocaten notarissen in Leiden. Daarnaast hockeyt hij bij de Heren 1 van Klein Zwitserland. Tot voor kort zat deze Haagse hockeyclub nog in de hoofdklasse, momenteel spelen ze een klasse lager, in de overgangsklasse. Dat betekent echter nog steeds dat hij veel van zijn vrije tijd besteedt op het hockeyveld. “Als je in de hoofdklasse speelt, train je vijf dagdelen per week. Bij Klein Zwitserland was dat dinsdagmiddag en -avond, donderdagmiddag en -avond, en vrijdagavond. En dan heb je nog de wedstrijden in het weekend. Sinds we in de overgangsklasse zitten trainen we ’s avonds op dinsdag, donderdag en vrijdag. En natuurlijk nog steeds de wedstrijden in het weekend. Dus je hebt eigenlijk maar twee doordeweekse avonden voor jezelf. Je moet er daarom wel echt wat voor over hebben”, vertelt Oswald tijdens een kop koffie bij Starbucks op Leiden Centraal Station. Ook dit gesprek past net in het drukke schema van de jonge kandidaat-notaris. Hij zit nog in zijn nette pak, want hij komt net van kantoor. Maar dat zal snel worden omgewisseld voor het hockeytenue, want het is vrijdag dus vanavond wordt er getraind.

De voornaamste reden dat hij dit hectische schema volhoudt is omdat hij ontzettend veel plezier heeft in zijn sport. “Je moet het echt leuk vinden. En ik geniet er nog steeds heel erg van als ik op het hockeyveld sta. Momenteel ben ik nog jong genoeg om mijn sport op hoog niveau te kunnen uitoefenen, dus dat wil ik zo lang mogelijk doen. Ik zal daarom voorlopig ook geen notaris worden, daar heb ik nog tijd genoeg voor als ik niet meer hockey”. Oswald hockeyde al bij Klein Zwitserland toen de Heren 1 nog in de hoofdklasse zaten, maar hij heeft de liefde voor hockey in zijn tienerjaren gedeeld met die voor tennis. Op zijn twaalfde koos hij er zelfs voor om zich alleen nog maar op tennis te richten. Daarmee was hij best succesvol, maar hij miste hockey meer dan hij had verwacht. Dus op zijn zestiende stapte hij over op een hockeycarrière. Een profcarrière als hockeyer heeft er nooit ingezeten, zoals dat eigenlijk voor de meeste hockeyspelers geldt. “Hockey is een semi-profsport. Alleen de internationale top kan er van leven. Het was voor mij nooit de vraag of ik zou proberen dat te bereiken. Mijn opa en oom waren notaris en ik wist al vroeg dat ik ook dit beroep wilde gaan doen. Ik ben blij dat ik het heb kunnen combineren”.

Op de vraag of hij ooit weer eens in de hoofdklasse wil spelen antwoordt hij genuanceerd. “Alleen als dat met Klein Zwitserland is. Daar heb ik nu al zo’n historie en ik weet dat ik ook wat krediet heb opgebouwd dus ook eens een training kan missen. Maar ik zal zeker niet meer zelf op zoek gaan naar een club in de hoofdklasse. Spelen in de overgangsklasse is al intensief genoeg, het niveau is hoog en ik kan er mijn hobby beoefenen op een manier zoals die nu past in mijn leven, naast mijn baan als kandidaat-notaris”.

Oswald over de Nederlandse hockeyploegen op de Olympische Spelen:
Tot zo’n tien, vijftien jaar geleden speelden de Nederlandse hockeyteams –  zowel de mannen als de vrouwen – eigenlijk standaard om de gouden medailles. Die overmacht hebben we niet meer, maar bij de mannen zijn het meestal wel Nederland met Australië en Duitsland die om de drie podiumplekken strijden. Bij de vrouwen gaat het vaak tussen de Nederlandse dames en die uit Argentinië. Een probleem van hockey is wel dat het een weinig interessante sport is om te zien op televisie. Je kunt de bal nauwelijks zien en het spel gaat heel snel, dus je volgt er eigenlijk niet veel van. Ze experimenten nu wel met bijvoorbeeld een blauw veld en fel gele bal, zodat die in ieder geval zichtbaarder is. Ik ben benieuwd of dat ook meer tv-kijkers gaat trekken. Hoe dan ook hoop ik natuurlijk op twee medailles voor Nederland, en als die dan ook nog goud zijn ben ik helemaal blij.

Stella Blom-Visser combineert niet alleen haar baan als kandidaat-notaris met topsport, tussendoor voedt ze ook nog samen met haar man haar 3-jarig zoontje op. Hoe ze dat doet? “Heel veel plannen en een grote voorraad babysitters te vriend houden”, grapt Stella. In Utrecht zit ze dagelijks achter haar bureau bij Van Grafhorst Notarissen, voor haar sport zit ze dagelijks op een wielerfiets. Ze fietst bij het SwaboLadies cycling team, een gezamenlijke eliteploeg van drie wielerverenigingen in het westen van het land. “We zijn een ploeg van eliterensters zonder contract, dat betekent dat we er niet voor betaald krijgen. Omdat het vrouwenwielrennen nog veel kleiner is ten opzichte van de mannentak – en wedstrijden wel genoeg rensters aan de start moeten hebben – rijden we echter 95% van onze wedstrijden samen met de eliterensters mét contract. Dat zijn de echte profs, zoals Marianne Vos. Bij grote klassiekers staan er soms ook internationale rensters aan de start, en moeten we het bijvoorbeeld ook opnemen tegen de Wereldkampioene van het moment, Giorgia Bronzini. Heel spannend natuurlijk! Maar het betekent wel dat je je sport daarom ook als elite zonder contract als topsport moet beoefenen, anders kom je echt niet mee.

“De meeste van die profvrouwen moeten hun wielercarrière zelf ook nog combineren met een baan, want er zijn maar weinig dames die full time met wielrennen bezig kunnen zijn zoals dat bij de profmannen het geval is. Dat verandert wel steeds meer, het vrouwenwielrennen groeit en wordt steeds professioneler. Maar daardoor wordt het niveau ook weer hoger en moet je weer harder trainen. Dat betekent meer uren op de fiets – dus dan komen die babysitters goed van pas!”

Zo gemakkelijk is dat echter niet altijd. Zoals veel moeders het al lastig vinden om een carrière op de werkvloer met het moederschap te combineren, vindt ook Stella het soms moeilijk haar bezigheden als moeder, kandidaat-notaris én wielrenster in goede balans te houden. “Ik wil overal goed in zijn. Ik wil de beste kandidaat-notaris zijn, een héle goede moeder en daarnaast wil ik ook nog iets leuks presteren op de fiets. Dat is ontzettend lastig. Ik weet daarom ook niet hoe lang ik nog precies door ga met het wielrennen. Ik vind het ontzettend leuk, maar het leeftijdsverschil tussen mij en de meiden tegen wie ik het opneem wordt ook steeds groter. En als je zoon je dan verdrietig aankijkt als je op de fiets vertrekt, dan breekt je hart. Ik wil daarom ook zo min mogelijk van die oppas en babysitters gebruik maken, ik probeer het altijd te combineren met zijn middagdutjes of ‘s avonds op de Tacx te trainen als hij al in bed ligt. Wat dat betreft moet ik de weken altijd erg strak plannen. Maar ik krijg ook veel hulp van de ploeg, gelukkig accepteren ze het als ik incidenteel vanwege mijn zoontje ergens niet bij kan zijn. Dus op die manier lukt het allemaal net.”

Stella over de Nederlandse rensters op de Olympische Spelen:

Er mogen voor Nederland vier rensters mee doen aan de wegwedstrijd. Dat zijn Marianne Vos, Ellen van Dijk, Loes Gunnewijk en Annemiek van Vleuten. Het parcours is heel erg geschikt voor Marianne Vos, dus waarschijnlijk zullen ze samen gaan werken om haar zo goed mogelijk te positioneren voor de eindsprint. Eigenlijk net zoals ze dat deden op de Wereldkampioenschappen afgelopen jaar, alleen zal Marianne flink balen als ze hier weer de tweede plek haalt zoals bij de vier afgelopen Wereldkampioenschappen het geval was. Maar ze heeft ook nog een kans in de tijdrit, waarin zij en Ellen van Dijk mogen starten. Wat dat betreft gun ik het Annemiek van Vleuten of Loes Gunnewijk ook heel erg om te winnen, die zijn namelijk supersterk en hebben hele mooie prestaties neergezet afgelopen seizoen. Maar ja, gunnen is er natuurlijk niet bij in de topsport, het recht van de sterkste zal gelden. Maar als het de Nederlandse dames niet lukt een Olympische titel binnen te halen is er in ieder geval nog het Wereldkampioenschap in Limburg aan het einde van het jaar. Dus dan kunnen ze het opnieuw proberen voor eigen publiek.