Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

‘Team Laudy’

Sinds enkele jaren spendeer ik Hemelvaartsdag standaard in Lekkerkerk, net zoals ik op Eerste Pinksterdag altijd bij het criterium in Oudenbosch aanwezig was. Totdat die koers dit jaar verplaatst is naar de zomer – én niet meer voor vrouwen is. Een groot gemis, want het was mijn favoriete wielerkoers van het jaar. Maar zonder hier nu een paginalange lofzang over Oudenbosch en klaagzang over het feit dat die er niet meer is over te maken, terug to the point. Afgelopen weekend reed ik dus een criterium in Lekkerkerk en als toegift nog een criterium in Etten-Leur. Had je me vorig jaar gevraagd hoe ik het zou vinden als ik er dit jaar zou rijden zoals ik deed, dan zou ik daarvoor hebben getekend. Maar met een seizoen waarin ik de eerste vier criteriums gewoon netjes uitreed in het peloton, compenseerde het feit dat ik in beide koersen moest lossen niet mijn twee (voor mijn doen goede) 35e plekken.

Na afloop kreeg ik een groot compliment van mijn trainer. Hij noemde mij de sporter met de meeste progressie van KadanZ Cycling, het bedrijf dat hij en mijn oude trainer samen hebben opgericht. Dat ik dat ben omdat ik nogal een newby en klootviool op de fiets was, toen ik bij hem ging trainen, is daar natuurlijk deels debet aan. Maar toch vond ik het een mooi compliment. En ik bedankte hem – Norbert de Wit – dan ook ten volste, want het is door zijn begeleiding dat ik op dit punt ben gekomen. Een combinatie van mijn harde werken en zijn fysieke en mentale ondersteuning als trainer. Maar eigenlijk ben ik mijn dank verschuldigd aan nog een grotere groep mensen.

Een team om me heen
Vorig jaar kreeg ik een terugval, nadat ik in 2012 na vier jaar was uitbehandeld voor mijn eetstoornis. Niet dat ik weer gekke dingen ging doen met eten, maar de depressieve kant van deze ziekte kwam terug. Onopgeloste zaken, een onrustige tijd in mijn leven, te veel werken; wat de oorzaak ervan was wist ik destijds niet en blijkt ook achteraf eigenlijk een combinatie te zijn van ze allemaal. Ik besloot terug in behandeling te gaan en dan meteen ook goed. Op doorverwijzing van Centrum Eetstoornissen Ursula, waar ik eerder was behandeld, kwam ik terecht bij een psychotherapeut en een creatief therapeut. Zelf voegde ik daar dus nog een sportpsycholoog aan toe.

Fietsen was namelijk datgene waar ik mijn hoofd door kon leegmaken, op de fiets was de plek waar ik nog even wat ademruimte kreeg. Maar: fietsen deed ik als training. Training voor de koers. En juist de koers ging vorig jaar ook belabberd. Fysiek was ik eindelijk een stuk sterker geworden, maar ‘het koppie stond niet goed’. En daardoor ging het koersen ook niet. Waardoor mijn hoofd er bij de start van de volgende koers nog slechter voorstond. Het begin van de vicieuze cirkel was er. Maar fietsen zonder te koersen? Dat kon ik me ook niet voorstellen. De koers was juist het onderdeel van deze sport wat ik zo ontzettend leuk vond en waar ik – als ’t een beetje goed ging – de meeste energie uit haalde. Ik hoopte dat de sportpsycholoog mijn hoofd weer goed kon zetten. Nogal een uitdaging, want ze moest eerst erachter komen wat dat eigenlijk voor mij betekent; mijn koppie goed hebben staan.

Na iets meer sessies dan de vooraf geplande tien was het mij gelukt te definiëren wat ik ermee bedoelde om mijn hoofd goed te hebben staan en uit te vogelen wat voor mij de beste manier was om een koers voor te bereiden en te rijden. In de laatste sessie kon ik vertellen dat ik eindelijk een criterium mét profs aan de start had kunnen uitrijden in het peloton. Eén van mijn drie carrièredoelen in het wielrennen, die ik ook samen met haar had opgesteld. Het was eigenlijk de perfecte afsluiting van mijn traject bij haar en hoewel ik had beloofd haar te contacteren als ik daar in de winter of bij de start van het nieuwe seizoen behoefte aan had, teer ik nog steeds op de lessen die ik destijds bij haar heb geleerd. Ik wil haar dan ook mijn grote dank betuigen en daarnaast aan iedereen meegeven dat het bezoeken van een sportpsycholoog geen zwaktebod is. En vooral dat het mentale aspect wel degelijk invloed heeft op het fysieke presteren. Want hoewel niet iedereen daarvan overtuigd is, vind ik het altijd zonde om te zien dat iemand zichzelf opvreet omdat de fysieke prestatie achterblijft, terwijl diegene mentaal in de lappenmand zit. En waar zo iemand dat dus ook als twee van elkaar losstaande dingen ziet, zijn een en ander in werkelijkheid volledig aan elkaar verbonden.

Een beetje uitgedund
Alleen de psychotherapeut bezoek ik nog wekelijks. En mijn trainer begeleidt me nog steeds op fysiek én mentaal vlak. Dat laatste gelukkig steeds minder, alhoewel hij me toch wel degelijk moest oppeppen toen ik het DK tijdrijden afzegde omdat ik echt niet fit was en ik mezelf daardoor direct een loser voelde. Ohja, en hij was degene die me geruststelde toen ik vorige week de ‘aanval’ van een fietser op de Ringvaart had meegemaakt. Kortom: ‘Team Laudy’ is inmiddels dan wel een beetje uitgedund, ik heb dat team nog steeds heel hard nodig. En ik ben hen en iedereen die daar ooit deel van heeft uitgemaakt zeer dankbaar!

Voor Feminin Magazine schreef ik een artikel over (top)sport en depressies, met input van Erik van Putten en Jefke Vink van Supplemention.nl. Lees dat artikel hier op Blendle.

Foto: Pieter van Bakel