Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Tips voor het hoofd van een renster

avantiDeze week had ik een hartig gesprek met mijn mental coach. Althans, zo noem ik hem. Het is niet officieel zijn functie en hij heeft er ook niet voor geleerd. Maar hij helpt af en toe om mijn hoofd weer de goede richting op te laten denken. Mijn trainer trouwens ook, maar die heeft het vaak druk met het begeleiden van een paar Kreders of een Bol. Dus blijft er niet altijd tijd over om de gedachtegangen van dit gekke meisje ook nog eens op orde te krijgen. Want in mijn hoofd is het geregeld chaos. Ik denk te veel na, over van alles en nog wat. En dus ook over mijn wieler’carrière’. Train ik wel genoeg? Train ik niet te veel? Leer ik ooit goed pelotonrijden? Ligt mijn vooruitgang op de fiets een beetje op schema? Ís er een schema? Kan je eigenlijk wel pas op je 22ste beginnen met wielrennen? Moet ik het nou beschouwen als een hobby, of als topsport? Hoe moet je ‘luisteren naar je lichaam’? etc etc. Allemaal vragen die in mijn hoofd opkomen en waar ik geen antwoord op vind. Mijn mental coach, die heeft de antwoorden ook niet. Maar na dat hartige gesprek kon ik wel een paar punten opstellen die ik als houvast gebruik. En omdat ik de beroerdste niet ben, wil ik ze ook best met u delen.

1. Niet zeuren over auw aan mijn auw Ik zeur nogal eens. Daar heb ik ook al eens een blogje over geschreven en ik probeer er oprecht aan te werken. Dat zeuren bedoel ik niet als excuus, zo van ‘ik kan vandaag niet voluit fietsen, wánt blahblah…’. Ik zie het als twee losse dingen. Ik praat gewoon nogal veel, dus ook over dingen die even niet zo fijn verlopen. Maar ik weet dat het niet constructief is en demotiverend werkt voor de mensen in mijn omgeving. Dus probeer ik me steeds meer in te houden. En naar mijn idee gaat dat best goed.

2. Materiaal moet op orde zijn Afgelopen zondag merkte ik tijdens de trainingskoers op de Coureur voor het eerst heel duidelijk dat ik een tandwieltje mis. Waarschijnlijk die met 18 tandjes. Dat idee had ik al een beetje tijdens een trainingskoersje op Ahoy, maar nu was het écht duidelijk. Dat moet ik dus vervangen. Zo snel mogelijk. Als je moet lossen omdat je een tandwieltje mist is dat namelijk niet alleen zonde, maar ook gewoon stom. Ik durf niet te garanderen dat ik met dat ene tandwieltje afgelopen zondag die twee-en-een-halve dubbeling wél had kunnen voorkomen. Maar ik begrijp het punt. Materiaal moet altijd op orde zijn, daarvoor is geen excuus.

swaboladies3. We zijn geen clubploeg, maar een eliteploeg Tuurlijk, het SwaboLadies cycling team is een clubploeg. Je hebt in het vrouwenwielrennen ook nog LSV- en UCI-teams, een constructie die ik al eens geprobeerd heb uit te leggen. Maar ook al zijn wij dan een clubploeg, zo’n 90% van de wedstrijden die we rijden zijn samen met die LSV- en UCI-teams. Dus om daar een beetje leuk bij mee te kunnen zullen we onszelf moeten zien als een ‘eliteploeg’. We zijn immers allemaal eliterensters. Dus is het een hobby of topsport? Dat antwoord neigt toch meer naar topsport, want als je het als hobby beschouwt kun je gewoon niet mee. En zul je nooit verder komen dan de clubkoersjes op de verenigingen.

4. Ook mannen hebben pijn aan hun ‘kleine…’ De zeem in een wielerbroek voorkomt pijn aan je zitvlak. In theorie. In de praktijk wil er nog best eens wat pijn aan – in mijn geval – ‘kleine Jeanine’ plaatsvinden. Vooral als je in de regen fietst en de zeem op een gegeven moment doorweekt is; dat is geen pretje. Zelfs broekenvet helpt dan niet altijd. Dit punt staat uiteraard in verbinding met puntje 1. Maar ik kan terugkijkend op mijn eerste wielerseizoen wel concluderen dat de pijn drastisch is verminderd (en dat mijn gezeur over pijn vorig jaar dus enigszins legitiem was). Als ik nu nog pijn heb is het in elk geval draaglijk. Dus mag ik er niet meer over zeuren. Want hoewel we nooit zullen weten bij wie van ons, de mannen of de vrouwen, het méér pijn doet, verzekert mijn mental coach me dat mannen ook veel pijn kunnen ervaren. Dus we houden het er maar op dat we het allebei zwaar hebben.

5. Legs, shut up! Als er een moment is waarop je in ieder geval níet naar je lichaam moet luisteren, dan is het wel tijdens de koers. Als je beenspieren uit elkaar springen van het lactaat, dan moet je op dat moment alleen maar keihard tegen je benen schreeuwen: Legs, shut up!. Ik zou dat niet hardop doen en het is ook echt niet zo gemakkelijk als je kapot gaat van de pijn. Maar op dat moment moet je bedenken dat alle renners en rensters om je heen ook die pijn voelen. En dat zij op dat moment allemaal ook hun benen vermanend aan het toespreken zijn.

6. Moeten lossen is je eigen beslissing Deze uitspraak is ook al eens door mijn trainer gedaan. Toen ik het voor het eerst hoorde, dacht ik bij mezelf ‘wat een onzin’. Maar er zit natuurlijk een kern van waarheid in. Want ook al ben je fysiek misschien minder goed dan je pelotongenoten en is de kans daarom zeer aanwezig dat je er op een gegeven moment achter aan hangt, er is al-tijd een moment waarop je zélf beslist dat je niet meer kan en het peloton laat lopen.

7. Altijd meespringen als iemand wegrijdt Dit moet een reflex zijn voor elke wielrenster. Rijd je in een peloton en springt er een renster of een groepje weg: altijd meespringen. Houd je het namelijk bij, dan zit je in de kopgroep, en houd je het niet bij, dan is er ook geen man overboord. Dan heb je je sponsoren in ieder geval blij gemaakt met wat tentoonspreiding. En zelfs als je jezelf opblaast en de wedstrijd niet uitrijdt heb je de ploeg laten zien. Dat is mischien nog wel beter dan verstopt blijven zitten in het peloton en wel uitrijden. Dus die reflex moet ontwikkeld worden. Enige nadeel is; je moet wel vóóraan in het peloton rijden om dit te kunnen doen. En dat alleen al vergt voor mij nog wat oefening…

quasar8. Hoe vaker duur materiaal wordt gebruikt, hoe goedkoper per kilometer Ik heb mooie Quasar-wielen, met hoge velgen. Die heb ik tot nu toe alleen maar gebruikt voor tijdritten, omdat je dan in je eentje fietst. Geen gevaar dat er iemand anders op je wielen inrijdt of dat je bij een valpartij betrokken raakt waarna je je wielen meteen kunt weggooien. Want mijn financiële middelen zijn zeer beperkt en ik kan niet zomaar een setje nieuwe wielen kopen. Maar het zijn wel moraal-wielen. Het geluid dat ze produceren is prachtig. En op snelheidsparcours zoals op de Coureur en bij klassiekers heb je er ook daadwerkelijk voordeel van. Gebruiken dus!, riep mijn mental coach. En niet miepen over het geld. Want hoe vaker je die wielen in je fiets zet, hoe goedkoper ze worden per kilometer! Tot slot is er nog een ‘Rule’ van de Velominati, die ik zo mooi vond dat ik het op een kitscherig tegeltje heb laten zetten. En dat tegeltje staat nu deftig in de boekenkast moraal te geven als ik dat nodig heb. En het klopt ook nog! Wat er op staat? “It never gets easier, you just go faster.”

Foto’s: FotoKoos, Michel Groen en Bike Europe