Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Titelprolongatie ofzo

De dames hadden in al hun massaliteit afgezegd. Geen enkele andere dame durfde het aan om gisteren in Katendrecht te strijden om die officieuze NK-titel. Die van NK Journaliste. Wel stond ik samen met zo’n dertig mannen van de B-categorie aan de start. Maar mijn grootste tegenstanders waren het warme weer en de onervarenheid van sommige renners. Ik had aan de start al gezien dat er maar twee van de mannen hun benen hadden geschoren. Dat zegt íets over ervaring en niveau. Niet alles, want er zijn er genoeg die keihard rijden maar niet zover gaan dat ze hun ‘mannelijkheid’ samen met hun beenhaar wegscheren.
Na het startschot bleek dat mijn inschatting echter vrij correct was. De twee gesoigneerde renners waren verreweg het sterkste en zetten meteen de versnelling in. Twee niet onbekende Nederlandse journalisten zaten in hun wiel: Wilfried de Jong en Tim Krabbé, met hun mannelijkheid wel nog intact. Ik zat er ook bij, net als nog een groepje andere renners. Maar de groep werd bij elke van de in totaal veertien rondes steeds kleiner. Wilfried werd door een van de onervaren renners onderuit gereden in een bocht, iets wat mijn angst in dit chaotische pelotonnetje geen goed deed. Maar koersen is ook ‘vergeten en doorgaan’. Dus zorgde ik ervoor dat ik dat in deze wedstrijd in elk geval goed zou toepassen. Enkele andere mannen konden het tempo en de vele demarrages uiteindelijk niet aan. Met zijn tienen bleven we over. Ik zat in de kopgroep, of het eerste peloton. Ik behoorde in ieder geval tot de koplopers. Een goed begin van dit koersje, besloot ik.

De twee zwaarste tegenstanders begonnen me steeds meer parten te spelen. De benauwdheid was verstikkend. Niet alleen voor mij, ook voor de anderen. De vermoeidheid sloeg sneller toe en daarmee nam de concentratie af. De in eerste instantie al slingerende renners begonnen nog meer te slingeren, hielden niet meer strak het wiel van hun voorganger. In de voorlaatste ronde probeerden diverse renners weg te springen, maar het lukte hen niet. Toen kwam de bel: laatste ronde. Ik zette me schrap voor de finale. Stiekem hoopte ik bij het gebrek aan concurrentes een mooie prestatie bij de B-mannen neer te kunnen zetten (misschien wel een podiumpositie…?). Maar daar stak de KNWU een stokje voor. Want de KNWU wist het te presteren om bij de voor de laatste keer te nemen S-bocht midden in onze groep te komen rijden met hun voorrijdwagen om te vragen of één van de renners niet gedubbeld was. – Nee, dat was hij niet. En nou héél snel opzouten!, schreeuwde ik in gedachten naar ze toe. Maar de wedstrijd was al bepaald. Eén van de gladgebeende renners wist nog net voor deze actie weg te sprinten en had hiermee een gat van zo’n 100 meter toen we de S-bocht uitkwamen. Ons pelotonnetje was ontploft door de auto die er plotsklaps midden in kwam rijden en nkjournalistenhet was nu ieder voor zich. Ik probeerde er op het lange rechte stuk, met tegenwind, nog alles uit te persen wat ik had om terug bij de top vijf te geraken, maar het lukte niet. Ik heb op de finishstraat wel nog gesprint voor de negende plek. Zo werd mijn plekje uiteindelijk toch nog een enkel cijfer. L., die bij de S-bocht was weggereden, had met grote voorsprong gewonnen, Tim Krabbé werd tweede en de woest aantrekkelijke N. derde – de andere gesoigneerde renner en naar mijn idee de sterkste B-renner van de dag. Allebei voelden we ons gepiepeld door de KNWU. De organisatie die onze wielerhobby in theorie moet doen helpen en stimuleren. Maar waar N. het hierdoor met een bronzen plak moest doen en ik met de negende plek tussen de B-mannen, mocht ík na afloop alsnog wel mijn nieuwe rood-wit-blauwe trui aantrekken. Titel geprolongeerd. Sort of.

Het A-peloton was beduidend gesoigneerder als geheel. Naast maatjes R. en E. stonden ook oud-profrenner Thijs Zonneveld en de hoofdredacteur van Fiets en ProCycling aan de start. Thijs wist al snel met drie mannen weg te springen, maar ik was verguld toen ik SwABo-voorzitter E. halverwege in zijn eentje de oversteek zag maken. De speaker tipte hem als favoriet, ondanks zijn gepensioneerde status. Maar onder andere vanwege een losse ketting moest hij genoegen nemen met brons. Thijs maakte zijn naam waar en won.
De rest van de dag was gevuld met allerlei andere wieler(gerelateerde) actviteiten, met als afsluiter een wedstrijd voor oud-profs. Het sfeertje in Katendrecht was daarmee erg gezellig, er hing een fijne buzz. Heel wat anders dan de verregende middag in Zundert vorig jaar. Meer publiek, meer sportieve dames daartussen. Dus volgend jaar hoop ik op een groter aantal dames aan de start. Dan kunnen wij al die coureurs en toeschouwers eens laten zien dat fietsen en schrijven echt niet alleen iets voor mannen is!

Foto: Alfons Laudy