Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Valvermijding

ka-powVorige maand vertelde ik dat ik voor mijn zelfvertrouwen een clubkoersje op Sloten ging rijden, het parcours van WV Amsterdam. Dit clubrondje is namelijk volledig op asfalt, zonder moeilijke bochten of gevaarlijke stukken. Je kunt je snelheid behouden en valpartijen zijn er eigenlijk niet. Daarom ging ik ook gisteren heerlijk nog even een trainingskoersje op Sloten rijden, om de laatste snelheid op te doen voor de Parel van de Veluwe woensdag. Het ging lekker, het tempo lag hoog, en twee van de vier categorieën die rondreden waren al afgesprint. Bijna ‘thuis’. Toen reed er vrij vooraan echter iemand de berm in. Hij corrigeerde zijn stuurbeweging zo heftig, dat hij terug stuiterde over het asfalt. Waar nog een heel peloton reed. Hij nam gelukkig niet veel mensen in zijn val mee, maar een stukje erachter – waar ik zat – besloten enkele mannen (mannen, ja) zo extreem te remmen dat ze zichzelf daarmee onderuit haalden. En één van die mannen kwam al vloekend en scheldend recht voor mij tot stilstand, met zijn kont op het asfalt. Hij kon iedereen wel de schuld geven, maar de reden dat hij op de grond lag was toch echt zijn eigen paniekerige, overtrokken remactie, waarmee hij beide wielen liet slippen. Ik stond met mijn voet aan de grond en moest om hem heen. Weer op tempo komen en het peloton bijhalen. En aangezien de snelheid er op dit parcours altijd goed in blijft zitten was dat eigenlijk onmogelijk. Een gat op een peloton dichtrijden dat tussen de 45 en 55 km/u gaat is niet te doen. Na een ronde dubbeling besloot ik weer aan te pikken om de wedstrijd toch nog helemaal uit te rijden. Dat geeft wel een zo afgerond gevoel. Maar zelfs het aanpikken bij het peloton was nog erg zwaar. Van een hoge 20km/u tot 50km/u opschakelen en weer lekker tussen de wielen zitten kostte me een halve ronde. De een-na-laatste categorie sprintte af. Nog twee rondes te gaan. En wéér valt er iemand. Wéér ligt er een man recht voor me op het asfalt. Ik hoef niet uit mijn pedaal te klikken, maar opnieuw zit er een groot gat tussen mij en het peloton. Terwijl ik half bedenk dat ik eigenlijk gewoon wil stoppen, rijdt mijn andere helft als een soort reflex terug naar het peloton, waar ik uiteindelijk ook terecht kom. Een beetje uithijgend nog. Dan vraagt een man naast me Moet jij niet een geel rugnummer hebben?. Dat zijn de nummers van de dames en nieuwelingen, de categorie die als eerste afsprint. Als elite-dame mag je echter ook een wit rugnummer vragen, de categorie die als laatste afsprint. Volgens S. moet ik er niks negatiefs in zien, maar wat ik er uit oppikte was een ondertoon jij hoort hier overduidelijk niet thuis, met je gehijg. Ik stuur hem een blik terug met de ondertoon als jullie mannen nou eens gewoon blijven staan op dit parcours, waar vallen dus écht niet noodzakelijk is en niet zo panikerend remmen zodra er een valpartij is voor in het peloton, dan hoef ik ook niet tot twee keer toe terug te rijden! – maar dat ziet hij door mijn donkere Oakley-glazen natuurlijk niet. Gelukkig maar. Zometeen heb ik nog ruzie met hem en duwt hij me zo de berm in… Omdat ik een eventuele derde valpartij ook niet wilde afwachten – en omdat de lol er eigenlijk ook wel een beetje vanaf was – stopte ik twee rondes voor het eind. Terwijl de mannen die gevallen waren werden verzorgd, of foto’s maakten van hun eigen bloed op het asfalt, was ik blij dat ík in elk geval aan succesvolle valvermijding had gedaan.

Afbeelding: Original Tees 4 U