Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Viswijf

de-schreeuw-png1Gelukkig voor mijn lezers is dit een blog en geen podcast. Ik heb namelijk niet per se een fijne stem. Dat is me voor het eerst pijnlijk duidelijk geworden tijdens mijn stage bij de AVRO, toen ik tussen allerlei presentatoren liep die wél een fijne stem hadden en altijd rustig en gearticuleerd praatten. Hoe leuk ik dat dus ook zou vinden, een radio-column zoals die van Marijn de Vries of een rol als wielercommentator zoals José laatst voor het eerst op zich nam op Eurosport, dat is niet echt voor mij weggelegd.

Tijdens de koers komt mijn inner viswijf al helemaal naar boven. Dan gaat meteen het volume een stuk omhoog. Ik schreeuw me namelijk een ongeluk. Meestal is dat ‘ho!’, met soms de wat lastige situaties tot gevolg. Maar ik kraam van alles uit. Helaas vaak gepaard met ‘godver(domme)’. Ik weet niet precies waar dat vandaan kom. Ik ben namelijk (officieel) katholiek en heb ‘t allemaal doorlopen; het dopen, de Eerste Heilige Communie en het vormsel. Het is dan ook zeker niet met godslastering als doel. Maar ik kan me in mijn fanatisme tijdens de koers niet inhouden. Dus toen ik gisteren op Avanti al eens had rondgeschreeuwd dat twee jongens uit jeugdcategorie 7 het wiel moesten houden op hun koffiemolentjes en dat mannen hun lijn moesten aanhouden, ging ik helemáál los toen we met het B-peloton de finale aan het rijden waren en de wedstrijdleiding gelijktijdig het A-peloton wilde laten passeren. Ik zag de groep mannen waarmee ik goed vooraan zat steeds verder van me afrijden, met een groep A-renners die zich in dit ontstane gat nestelden. Maar ik had niet voor niets de afgelopen paar rondes op mijn tandvlees gereden om bij die eerste groep te blijven en ik wilde die positie niet kwijtraken vanwege een logistiek dingetje. Het A-peloton zat toch nog compleet bij elkaar, dus zij hadden gewoon geneutraliseerd moeten worden tot het B-peloton was afgesprint. Gelukkig nam het A-peloton het heft in eigen hand (op drie mannen na, die daarna genadeloos werden teruggepakt) en hielden ze uit zichzelf in. De laatste ronde was het aan één stuk door knallen tot de finishlijn. Ik had geen energie of puf meer om op dit punt nog iets uit te schreeuwen. Maar dat was ook niet nodig. Het was tanden op elkaar en bijten. Dus voor iedereen die aanstoot neemt aan mijn uitkraamsels: mijn welgemeende excuses. Let er verder maar niet te veel op. It’s the adrenaline talking.

Afbeelding: Wollie’s Wondere Wereld