Jeanine Laudy

LetterProfessor

INFO@JEANINELAUDY.NL

Waaaarrrrm!

De speaker had zijn huiswerk goed gedaan, gisteren in Oostvoorne. Was het dezelfde speaker als in de Draai van de Kaai? Waar er ook al hele verhalen over mij werden verteld toen ik (op achterstand…) langs fietste? Het was in eerste instantie best verwarrend, want ik kon hem niet goed verstaan en was bang dat hij me meteen uit koers haalde. Gelukkig was dat niet het geval en bleek het te gaan om mijn schrijverscarrière buiten de fiets. Ook in Oostvoorne werd dat benoemd. Voor de start, als de minuten tot aan het startschot moeten worden volgepraat, werd er tussen de huldigingen van de profdames nog even kort een opmerking door de microfoon over het parcours geslingerd. Of ‘Jeanine Laudý’ hier misschien weer een columnpje over zou schrijven. Ik was het eigenlijk niet van plan. Het zoveelste stukje over een moeizame koers, met minimaal een ronde dubbeling. Over de leuke sfeer die er wel hangt. En over de uitslag die er aan het eind wel of niet bijgeschreven mag worden.

Uiteindelijk hier dus toch een blogje. Gisteren maakte ik namelijk voor het eerst mee wat het betekent om door de hitte bevangen te worden. Ik heb er normaal nooit zo veel last van. Ik houd wel niet zo van extreme warmte, maar ik heb tot nu mijn beste koersen gereden als het flink heet was. Dus de waarschuwing van het KNMI om grote inspanningen te vermijden legde ik als gewoonlijk naast me neer. ‘Wij wielrenners’ rijden altijd door. Een Tour de France wordt ook niet stilgelegd als het een beetje warm is. En sneeuw en ijzel kunnen zelfs een Milaan-San Remo niet doen stoppen. Dus met voldoende vocht al in het lichaam en mee op de fiets stond ik gisteren na de omloop met de oude brommers klaar voor 60 kilometer afzien.

Maar al in de eerste meters besloot een gedeelte van de tot mij genomen vocht zich een weg terug te banen naar boven. Ik spuugde een grote kwak rode vloeistof uit, van de bidon met voeding die ik als laatste had gedronken. En zo ging het enkele rondes door. Totdat alles wat er nog in mijn maag zat inmiddels ergens langs het parcours lag. Stug trapte ik door. Dan maar teren op datgene wat al voorbij mijn maag was gekomen en hopelijk inmiddels in mijn benen zat. Maar het aanzetten ging steeds lastiger. Ik moest zelfs de renster van Boretti-Ulysses waarmee ik samen reed laten gaan en was inmiddels de allerlaatste in koers. Soms is doorrijden en na nog een ronde dubbeling weer aanpikken een optie om zo in elk geval toch een uitslag te rijden. Maar het ging niet; álle kracht was uit mijn lichaam. Ik besloot af te stappen en reed terug naar de auto om daar in de schaduw op de grond bij te komen. Mijn hoofd draaide, mijn benen waren als spaghetti-sliertjes en ik kon even helemaal niks meer… D. kwam aanrijden, die na zijn werk zou komen kijken naar de koers. Koers kijken hoefde niet meer. Maar hij was mijn reddende engel door een grote bidon met (koud!) water over me heen te gieten. Het duizelige, tollende gevoel verdween daarmee, maar het duurde nog flink wat langer voor ik me weer zo goed voelde dat ik in de auto durfde te stappen om terug te rijden.

En dus nog maar eens een DNF’je erbij. Het is dit seizoen niet leuk meer. Ofwel gewoon niet goed genoeg, paar keer kettingbreuk gehad en dit keer de hitte. Maar doorrijden was roofbouw geweest op mijn lichaam. Wielrenners fietsen dan wel ondanks een hitte-waarschuwing, je moet wel je eigen lichaam in acht blijven houden. Hoe frustrerend dat soms ook kan zijn. Nu even rustig aan en zodra de temperatuur volgende week weer uit de recordzones komt stap ik weer op de fiets. En ga ik er hopelijk gewoon nog even een leuke laatste twee maanden van het seizoen van maken.

Foto: Weeronline.nl